
Korneel Jeuken
Residentie
Augustus 2020
Onder de naam Jøken bracht Korneel Jeuken tijdens zijn WIEBERT_residentie zijn stripachtige figuren tot leven in een optocht van vreemde figuren.
Gewone superheld
Korneel haalt objecten uit alledaagse contexten en geeft ze een nieuwe betekenis als gedurfde tekeningen door ze snel en intuïtief op kartonnen uitsnijdingen te schilderen. Geïnspireerd door street en comic art put hij zijn onderwerpen uit het leven als vader en gewone man die zich door de straten, de natuur en het internet beweegt. Zijn modellen omvatten zijn kinderen, hun speelgoed en hijzelf. Hij creëert nieuwe versies van wereldleiders, muzikanten en voetballers. Korneel neemt deze afbeeldingen, knipt, plakt en hervormt ze en past hun kleuren aan, waardoor een nieuwe, getekende realiteit van zwevende mannen en gemaskerde superkinderen ontstaat. De geïllustreerde wandobjecten van Korneel gaan hierbij in dialoog met hun omgeving.
Naast schilder en tekenaar is Korneel cartoonist voor het dagblad De Gelderlander, ontwikkelt hij educatieve projecten en is hij cultuurscout in de Wolfskuil. Over deze wijk in Nijmegen-West maakte hij het stripboek Sterke Verhalen uit de Wolfskuil, waarmee hij de Nijmeegse Communicatieprijs won.
You are(n’t) fine
De coronacrisis bracht ons in een situatie die in eerste instantie angstig en onzeker was. Tegelijkertijd bracht zij op een bepaalde manier ook rust, saamhorigheid en bijzondere samenwerkingen teweeg. Soms gingen deze aangename ervaringen gepaard met een schuldgevoel over die fijne gevoelens. Deze paradox, die een belangrijk gegeven was van die tijd, drukte Jøken uit in zijn optocht die hij tijdens zijn WIEBERT_residentie voorbereidde onder het motto ‘You are fine’, waarbij het de vraag was of deze zowel geruststellende als bezwerende boodschap aan zichzelf was gericht of aan het publiek.
WIEBERT_residentie in de Lange Hezelstraat werd mede mogelijk gemaakt door de Gemeente Nijmegen, SLAK ateliers en CultuurOost.
Foto’s: Juliette Klaasse








1.
“Het is warm in de residentie. Sinds een week ben ik aan het werk in het prachtige oude pand aan de Lange Hezelstraat. Er hangt een airco, maar die werkt niet, geloof ik. Maar eigenlijk is het ook veel leuker om de deur open te laten staan, zodat mensen zich uitgenodigd voelen om te komen kijken. Dat gebeurt niet vaak, maar soms steekt iemand zijn hoofd naar binnen. “Wat gebeurt hier?” En dan vertel ik wat.
Het valt op dat het meestal de mensen zijn die zelf ook iets met kunst te maken hebben. De meeste andere winkelende mensen draaien hun hoofd even naar me toe maar lopen vervolgens door, op zoek naar de volgende hippe lunchtent of ijssalon. Zelfs als ik met een gigantische kartonnen doos in de vorm van een geel konijn op mijn hoofd door de straat loop, lijk ik weinig reacties te krijgen. Toen ik dat voor het eerst deed, was ik heel zenuwachtig, maar langzamerhand voel ik me steeds vrijer op mijn plekje in de binnenstad, waar een lange stroom mensen aan me voorbij trekt.
De Stroom is een organisme geworden waar ik naar kijk en die naar mij kijkt en af en toe zijn kop naar binnen steekt. Ik durf hem nu mijn kunst te tonen. De maskers die ik bouw zet ik in de zon, zodat de Stroom ernaar kan kijken. Soms ga ik midden op straat staan, en stroomt het om me heen. Het blijkt veel minder spannend dan ik dacht. De Stroom is vriendelijk. Ik ga door met maken en hoop steeds vertrouwder met hem te raken en als hij zijn kop weer naar binnen steekt kan ik hem misschien even aaien.”
2.
“Twee weken zitten erop in de WIEBERT_residentie. Het was warm, maar geweldig om er te zijn en aan één stuk door te maken: maskers en schilderijen. Langzaam vult de ruimte zich met kleur en massa. Ik zet dingen buiten voor de deur om binnen weer ruimte te scheppen, maar ook om het te laten zien aan de mensen buiten. Die slenteren voorbij. Ze kijken opzij en zien dat er iets is. Dat iets is geen winkel, ook geen koffietentje. Er is iets raars. Doorlopen, dus. Maar sommigen komen kijken. Vooral kinderen zie ik wijzen en nieuwsgierige blikken werpen, maar ze durven niet altijd naar binnen. Het is bijzonder om onder toeziend oog van de stad dingen te maken. Je maakt en toont direct, dat levert dynamiek op. Zeker met live-muziek erbij in de ochtend. Twee bevriende muzikanten zaten voor mijn deur en speelden jazz in de zon.”
3.
“De vakantie is voorbij. De temperatuur is gedaald en zomerstorm Francis raast voorbij. Ik werk naar het eind toe en ook in mijn hoofd steekt een stormpje op. Ik heb nog twee weken te gaan en ben benieuwd wat er uit gaat komen. Er moeten nog wat maskers bij en ik wil de muren behangen met schilderijen. En een bord moet er komen: ‘You are fine’, het motto en het mantra van mijn verblijf. Er komt een optocht met maskers. Op zulke momenten speelt helaas mijn gebrek aan organisatievermogen op. Er zijn veel mensen nodig voor de tocht. Die zijn er vast wel, maar nu moeten ze nog allemaal op dezelfde tijd op dezelfde plek terechtkomen. Ook de coronamaatregelen maken me onzeker. Kan ik dit wel doen in alle drukte? Is het niet een beter idee om nu vooral veel te maken, om na de residentie de optocht op poten te zetten?
Uiteindelijk komt de tocht er, maar het is nog even zoeken naar de vorm. Alles komt goed. Ik naar mezelf in de etalageruit van WIEBERT en zeg: ‘You are fine.’”